Regenboogjaren… – Column Hans Markus

Ik twijfel nog even of ik wel ga. Ik heb me net omgekleed en mijn loopschoenen aangedaan. Eigenlijk is de eerste hindernis al genomen. Je hebt wel eens van die dagen dat je verstand de aansluiting met je gevoel niet kan maken. Alweer in je verloren uppie de schemerige straat opgaan. Terwijl je weet dat het resultaat pas tevoorschijn komt als je hebt volgehouden en vastgehouden aan die ene uitdaging. Helaas nodigt het weer en het tijdstip niet uit om te gaan. De zin is afgezakt naar een bedenkelijk niveau. Ze hing al de hele dag onderaan mijn broekspijpen. Loodzwaar.

Ik hoor m’n voetstappen bij elke inspanning, bij elke meter. De grote wijzer van de klok lijkt sneller rond te gaan. Ik ben mezelf op zo’n dag even kwijt, alles blokkeert, protesteert, vermoeid. Het liefst zou ik op de bank hangen met een boek of tijdschrift onder m’n neus en op de achtergrond de TV aan. Af en toe van boek naar TV hoppen. En als het me allemaal niet meer boeit, kan ik zo mijn bed opzoeken.

‘Zal ik m’n loopschoenen dan maar weer uitdoen of wacht ik nog even?’ Stiekem hoop ik dat het gaat regenen of de verlichting buiten uitvalt. Een legitieme reden, vind ik, om naar eer en geweten een keer over te slaan. Of is het een rotsmoes? De discussie in mijn hoofd zaait geniepig de twijfel. Ik kan geen kant meer op… of iemand moet ineens vragen of ik nog van plan ben om te gaan trainen. Ik weet: als dat gebeurt, ga ik ineens de flinke jongen uithangen, herpak mezelf, steek de voordeursleutel bij me en ga met frisse tegenzin de deur uit. Het donkere verlaten gat in, verstand op nul. En ja, ik weet dat als ik dan weer thuiskom alle tegenzin en smoezen zijn verdwenen en ik helemaal opgefrist ben. Maar toch…

Intussen tikt de tijd door en krijg ik steeds minder zin. Ik doe m’n loopschoenen maar weer uit, zet ze onder de salontafel en ga in de bank zitten. ‘Kopje thee, watje?’ hoor ik vragen. De opmerking prikkelt net niet genoeg om m’n schoenen weer aan te trekken. Sterker nog, ik trek m’n loopjack ook uit. ‘Nou je zin?’ denk ik. ‘Gezellig dat je thuis blijft’. Hup, nog een rechtse hoek erachteraan. Ik hang bijna in de touwen. ‘Ik ga morgen wel, voor het avondeten’, zeg ik om m’n besluit overeind te houden. Mijn geweten pikt het moeiteloos en langzaam verdwijnt de twijfel. Als ik de kop thee leegdrink, denk ik nog wel even ‘ik heb het laten liggen, de kans om aan te tonen dat geen zin hebben op mij geen vat heeft’. Wel dus.

Veel erger nog, uit ondervinding weet ik dat de kick van het hardlopen zit in de energie- opleving en het tintelende winnaarsgevoel. In elke sporter zit iets van een winnaar en een natuurlijke nieuwsgierigheid naar grenzen. Zeker een beginnende loper merkt na een aantal maanden in de trainingsopbouw dat die grens steeds een beetje opschuift, het werkt dan als een magneet. Het hypnotiseert je. Je fysieke ‘ik’ daagt je uit. Zeker als je topjaren nog gaan komen.

Elk spoortje van vooruitgang door je training geeft een gevoel van willen weten of je echt beter en zelfs de beste kunt zijn. Het begin van de reis is een feit. Letterlijk stap voor stap bouw je aan je ‘eigen regenboog’. Niet alleen sportief gezien. Het werkt in alles door. Regenboogkleuren kunnen eindeloos fascineren door de zon. Hoe meer de zon door de waternevel schijnt, des te helder worden de kleuren. Er wordt beweerd dat een regenboog 7 kleuren heeft (anderen zeggen 6, rood, oranje, geel, groen, blauw en paars). Het rood zit altijd bovenaan. De hemel onder de boog is altijd lichter. Gek als je er goed over nadenkt. Nog gekker als je het gaat vergelijken met jezelf.

De hoeveelheid warmte (inspanning) en licht (succes) bepalen de helderheid van de kleuren (jaren) in je leven. Of ga ik nu wat te ver in mijn overpeinzingen? Wel leuk om er zo eens tegenaan te kijken. Toch? Eigenlijk verzamel je zo veel mogelijk al die kleuren in de eerste helft van je leven. Want als je regenboog eindelijk goed te zien is, ben je waarschijnlijk de 50 al gepasseerd. Daar moet je dus wel wat voor doen, denk ik zo. Want als je achteraf niet wilt toegeven dat jouw kleuren wat flets zijn uitgevallen, moet je niet te vaak op een donkere winteravond thuis op de bank blijven hangen. Met zakken vol zelfmedelijden en smoezen. En verdorie, ze heeft weer gelijk. Ik zit onderuit in de bank. 1 oog naar de TV en 1 oog in een krantje. Watje…! Te laat om mijn jack en mijn loopschoenen weer aan te trekken. Vind ik. ‘En het was de eerste keer in deze donkere dagen, dat ik geen puf had. Echt waar!’

Ik zet m’n lege theekop op het aanrecht en bedenk dat niet gaan trainen ook zijn voordelen heeft. Ik hoef nu niet te douchen, alleen een beetje opfrissen, tanden poetsen en ik kan zo m’n bed in. Terwijl ik de trap oploop, denk ik ‘morgen ga ik mijn dag weer een beetje kleur geven.’ Al is het maar voor dat tevreden gevoel.

Hans Markus

Dit bericht is geplaatst in ClubArtikel, ClubNieuws en getagd, . Bookmark de permalink.

Geef een reactie